Camembert

A short story I wrote when I was 13. This is the first proper story I ever wrote and am still fond of it as a milestone. It’s called ‘Camembert’. It’s not very good, but it started my lifelong hobby of writing. It is a horror story and in this particular paragraph the heroes are trapped.

Een kort verhaal dat ik heb geschreven toen ik 13 was. Dit is het eerste echte verhaal dat ik heb geschreven en het heeft daarom een speciaal plekje in mijn hart. De titel is ‘Camembert’. Het is niet zo goed, maar het was het begin van schrijven als mijn hobby. Het is een horrorverhaal en in deze paragraaf zitten de helden vast in een klaslokaal.

———————————
Annette, Marijn en ik hoorden dat de wolven hadden gemerkt dat we weg waren. Ze jankten een beetje en snuffelden in het rond. Annette zei: ‘het duurt vast niet lang voor ze onze geur hebben opgesnoven en ruiken waar we zitten.’ Ze had gelijk. We konden hier niet blijven zitten met onze menselijke geur. We hoorden een wolf opgewonden keffen. Hij had ons spoor gevonden. Ik sloop de wc uit en keek om het hoekje van de deur.
‘Wat ga je nou doen?’ Siste Marijn. ‘Straks zien ze jou, wat ben je van plan?’ Ik luisterde niet. Ik keek de gang van de eerste verdieping in. Ik zag de trap naar beneden en naar boven. Er was een vlak stuk voor de 2 trappen. Daar grensden de wc deuren aan. Links van mij was een raam. Voor het raam langs ging je naar de gang met de lokalen. Daar was ook een ruimte met tafels waar je huiswerk kon maken. Achter die ruimte was de deur naar de bibliotheek. Er stonden daar 2 computers en een aantal kasten met boeken. Daar wou ik heen. Als er een monster binnenkwam, kon je daar misschien een val opstellen. We konden daar ook het internet op en naar een oplossing zoeken. Op de 2e verdieping waren ook computers maar die stonden in net zo’n ruimte als op de eerste etage maar dan was de ruimte daar groter. We zouden daar veel meer opvallen. De bieb leek mij veiliger.
In de hal stond alleen de reus. Ik hoorde de wolven opgewonden snuffelen en ze kwamen duidelijk deze kant op. Het spande erom. Ik hoopte dat er geen monsters in de andere gang stonden. Of in elk geval geen echt gevaarlijke monsters. Ik vertelde mijn plan aan Marijn en Annette. Het was gewaagd maar ze deden mee. Anders zouden ze waarschijnlijk daar de wolven worden verslonden, wat ook geen pretje was. We gooiden de deur open en renden de gang in. Ik holde voorop. Ik rende onder de reus door de gang in. Die was jammer genoeg niet leeg. Er waren op z’n minst 20 monsters. Ik zag een vampier en een mummie. De rest stond wat dichter opeen en ik kon niet duidelijk zien wat het nou waren. We maakten gebruik van het verrassingseffect. We holden zo snel mogelijk de bieb in en gooiden de deur achter ons dicht. Het was gelukt. Nu moesten we kijken of er geen monsters in de bieb waren. Er was er eentje. Daar was niet zo heel veel van te vrezen. Het was een klein, geel, pluizig bolletje met vleugels maar we vermoeden dat er iets ergers onder verstopt zat. Marijn en Annette gingen achter de computer zitten en ik moest het wezentje bij hen weg houden. Ik kwam er al snel achter dat het een erg intelligent beestje was. Hij (of zij) had meteen door dat wij geen monsters waren en het wezen had blijkbaar een hekel aan monsters en het vloog gelijk in mijn armen. Het was heel duidelijk dat het geknuffeld wilde worden. Ik praatte tegen Marijn en Annette over websites waar misschien een antwoord op zou kunnen staan. Het wezentje begreep uit ons gesprek wat we wilden en wat we zochten. Het besloot ons te helpen. Daar kwamen wij pas achter toen het beestje met veel binnensmonds gepiep Annette aan de kant duwde, die inmiddels op het internet zat. Hij plofte op de ‘W’ en deed dat 3 keer. Toen stond er ‘www’. Het bolletje ging verder tot er een hele website was ingetoetst. Ons nieuwe vriendje had ons de goeie website gewezen maar was wel helemaal uitgeput.

Posted in Stories

Twitter feed